Een depressie is niet altijd te wijten aan de overgang
Publiceerdatum
Psychiater Arija Maat nuanceert het verband tussen overgang en depressie. Mentale klachten bij vrouwen in deze fase zijn complex en worden veroorzaakt door meerdere factoren. Gelukkig zijn deze klachten doorgaans goed te behandelen.

Arija ziet in haar spreekkamer gemiddeld zo’n tien vrouwen per jaar die door de huisarts of de gynaecoloog worden doorverwezen. “Het gaat dan om vrouwen die hormoonsuppletietherapie krijgen, maar nog steeds stemmingsklachten ervaren. Ik stel dan vast of er sprake is van een depressie. Kenmerken daarvan zijn dat vrouwen zich al langer dan twee weken somber voelen, nergens meer van kunnen genieten, en niet meer goed kunnen functioneren op hun werk of binnen hun gezin.”
Life events
Volgens Arija wordt het ontstaan van een depressie vaak onterecht in verband gebracht met de overgang. “We weten niet of een depressie veroorzaakt wordt door hormoonschommelingen. Daar is wetenschappelijk nog geen bewijs voor, al vermoeden we wel dat dit een van de factoren is die meespeelt. Veranderingen in de geslachtshormonen hebben namelijk mogelijk subtiele invloed op onze hersenfuncties via indirecte processen, zoals een veranderende stressrespons en immunologische factoren. Dus bij een bepaalde groep zal een depressie inderdaad mede veroorzaakt worden door de overgang, maar voor de overige vrouwen geldt dat niet. Je moet bedenken dat vrouwen in de overgang vaak te maken hebben met meerdere life events. Denk aan kinderen die het huis uitgaan of een huwelijk dat een andere invulling krijgt. Dat soort ontwikkelingen hebben een grote impact, maar staan los van hormonale fluctuaties. Bovendien zit er in onze samenleving ook een zeker stigma op de overgang, waardoor vrouwen het gevoel kunnen krijgen dat ze zijn afgeschreven. Volkomen onterecht natuurlijk, maar het helpt niet om je mentaal beter te voelen.”
Risicogroepen
Arija legt uit dat sommige vrouwen in de overgang meer risico lopen op een depressie dan anderen. “Bij vrouwen die al eerder een depressie hebben gehad, waaronder een postpartum depressie, is de kans groter dat het nog een keer gebeurt. Dat geldt ook voor vrouwen met het premenstrueel syndroom die lichamelijke en psychische klachten ervaren voordat zij ongesteld worden. Voor deze groep is het extra belangrijk om aan de bel te trekken, zeker als de klachten al langere tijd aanhouden. Dit is ook een groep vrouwen waarbij je preventieve maatregelen zou kunnen overwegen.” Als psychiater houdt Arija zich bezig met vrouwen die door hun depressie niet meer kunnen functioneren. “Gelukkig kunnen we de meeste patiënten goed helpen met een combinatie van psychotherapie en medicatie. Ook overleggen we met de huisarts of de gynaecoloog hoe we de hormoonsuppletietherapie kunnen optimaliseren, zodat opvliegers en nachtzweten tot een minimum worden beperkt. Daarnaast kijk ik ook altijd of er nog leefstijlinterventies mogelijk zijn, zoals sporten, krachttraining, stoppen met roken, minder alcohol drinken en gezond eten.” Arija benadrukt dat het percentage vrouwen dat tijdens de overgang een depressie ontwikkelt, relatief klein is: “De meeste vrouwen komen er gelukkig prima doorheen.”