Ga direct naar de contentGa direct naar de footer

Ik help mensen om zichzelf weer te kunnen redden

Publiceerdatum

Het Spaarne Gasthuis bestaat 11 jaar in 2026. Maar het ziekenhuis bestaat al veel langer in onze regio. Medewerkers blikken terug op hun eigen geschiedenis in Spaarne Gasthuis en diens voorgangers. Waarom werken zij hier al zo lang en wat is het verschil tussen toen en nu? In dit artikel is Aline, verpleegkundige van de flexpool, aan het woord.

Samen zorgen. Toen, nu en straks.

Het vak van verpleegkundige past mij als een jas. Het geeft me veel voldoening om iets voor mensen te kunnen betekenen. Daarnaast kun je als verpleegkundige alle kanten op en dat vind ik een prettig idee. Maar ik heb een lange weg afgelegd voor ik hier ben gekomen. Ik heb een commerciële achtergrond en werkte in de retailbranche. Ik hielp ondernemers bij het opzetten van hun winkel. Het was creatief werk en dynamisch werk, waarin ik veel met mensen bezig was. Toch merkte ik op een gegeven moment dat ik iets miste. Via een beroepskeuzetest kwam ik op het pad van de zorg. Dat idee liet me niet los, maar de stap voelde groot. Ik had immers mijn vaste lasten en dan besluit je niet zomaar om weer te gaan studeren. Ik twijfelde nogal tot ik op een verjaardag een wijkverpleegkundige van Zorgbalans hoorde vertellen dat ze mensen nodig hadden in de zorg. Toen ben ik zo brutaal geweest om haar een bericht te sturen met de vraag of ik een keertje met haar mee zou mogen lopen. Niet lang daarna heb ik gesolliciteerd en ben versneld de opleiding verzorgende IG gaan doen.

Alles was nieuw voor me

Ik had al mijn diploma MBO sociaal juridische dienstverlening. Qua niveau kon ik het dus wel aan, maar van de zorgpraktijk wist ik nog weinig. Alle handelingen en hulpmiddelen waren nieuw voor mij. Na de opleiding ben ik eerst een jaar gaan werken in de thuiszorg om ervaring op te doen. Dat beviel goed, maar na verloop van tijd begon het toch weer kriebelen. Ik wilde me verder ontwikkelen en besloot door te leren. Tijdens mijn verpleegkunde-opleiding liep ik ook stage in het ziekenhuis. Daar werk je samen met allerlei verschillende disciplines. Heel anders dan in de thuiszorg waar je vaak alleen op pad bent. Het samenwerken en sparren met collega’s sprak me erg aan en daarom heb ik toen gesolliciteerd op een traineeship in het Spaarne Gasthuis. Dat voelde op dat moment als de juiste plek om me te ontwikkelen tot een volwaardige verpleegkundige.

Niet voor alles is betaalde zorg nodig

Ik ben vierenhalf jaar in het ziekenhuis gebleven. Vooral op het medische vlak heb ik er enorm veel geleerd. Inmiddels had ik ook mijn HBO-diploma behaald en kreeg ik de behoefte om weer wat stappen te zetten en me ook op andere gebieden te ontwikkelen. In het ziekenhuis is het contact met patiënten vaak kort: ze worden opgenomen, behandeld en gaan daarna weer naar huis. Door mijn ervaring in de thuiszorg wist ik hoeveel invloed de thuissituatie heeft op iemands herstel en functioneren. In het ziekenhuis was er weinig ruimte om daarmee bezig te zijn. Dat is begrijpelijk, maar voor mij begon het steeds meer te wringen. Ik wilde niet alleen bezig zijn met behandelen, maar juist met de vraag hoe we kunnen voorkomen dat iemand überhaupt in het ziekenhuis terechtkomt. Dat is de reden dat ik toch weer terug ben gegaan naar de thuiszorg.

De buurt als ecosysteem

Via Zorgbalans ben ik betrokken geraakt bij het project de ‘Buurt als ecosysteem’. Dat gaat heel erg over preventie en samenwerken en omkijken naar elkaar in de wijk. Vanuit het project worden allerlei activiteiten en diensten aangeboden, zoals een wandelgroep, samen koken, of een gezondheidscheck. Alles om ervoor te zorgen dat mensen onderdeel worden van een gemeenschap en binnen die gemeenschap op elkaar letten, zodat er niet voor alles betaalde professionele zorg nodig is.

Soms is de zorgvraag iets anders dan wat iemand echt nodig heeft

Als wijkverpleegkundige ben ik verantwoordelijk voor het indiceren van de zorg: ik kijk wat er nodig is. Hoe is de thuissituatie? Wat kan iemand zelf? Wat moet er worden overgenomen? Daarvoor stel ik een zorgplan op. Daarnaast verleen ik zelf ook zorg bij cliënten thuis, variërend van helpen met wassen en aankleden tot het verzorgen van complexe wonden of drains.

Samenwerken met andere organisaties is daarin essentieel. Ik herinner me bijvoorbeeld een man met Parkinson waar we kwamen om te helpen met wassen en aankleden. Maar we merkten als team al snel dat hij zich lichamelijk eigenlijk prima redde. De echte hulpvraag zat ergens anders: hij was eenzaam en raakte steeds meer geïsoleerd. Door mijn werk binnen de ‘Buurt als ecosysteem’ heb ik een goed contact met de sociaal makelaar van Buurts. Die heb ik gevraagd om eens bij die meneer langs te gaan en te kijken wat hij nodig had om sociaal weer wat actiever te worden. Hij heeft nu twee maatjes die regelmatig bij hem komen. Het resultaat is dat we de thuiszorg konden afbouwen. Wassen en aankleden doet hij zelf en wij komen er alleen nog voor de medicatie.

Dat vind ik een heel mooi voorbeeld van hoe je door samen te werken en te verbinden elkaar aanvult en samen de juiste zorg kunt geven. Holistische zorg, heet dat zo mooi.

Anders werken doet soms pijn in het zorghart

Sinds ik in 2017 ben begonnen in de zorg zie ik een ontwikkeling in zorgtechnologie. Maar de grootste en belangrijkste verandering is, denk ik, dat er steeds meer aandacht komt voor reablement. Kort gezegd houdt dat in dat je als zorgverlener niet meteen dingen overneemt, maar kijkt hoe je iemand kunt helpen om het zo veel mogelijk zelf te doen. Dat is echt een andere manier om naar de zorg te kijken. Neem bijvoorbeeld het ogen druppelen. In plaats van dat wij een aantal keer keer per dag komen om dat bij een cliënt te doen, krijgt iemand een druppelbril.  Dat is een bril met gaatjes in de glazen, waar je de druppelflacon in kunt zetten. Wij komen we één of twee keer langs om voor te doen hoe je die moet gebruiken en dan kan de cliënt het verder zelf.

Dat is een heel mooie ontwikkeling, maar het doet zorgmedewerkers ook een beetje pijn in hun zorghart. Je moet anders gaan werken en er dingen voor durven loslaten. Dat is niet altijd makkelijk. De nieuwe generatie wordt daar al meer voor opgeleid, maar voor degenen die al langer in het vak zitten is het een grote verandering. Daar moeten ze aan wennen.

Grenzen stellen hoort erbij

Dat geldt ook voor de cliënten trouwens. Je komt als wijkverpleegkundige bij de mensen in hun eigen omgeving. Daardoor zijn ze geneigd om allerlei hand- en spandiensten van je te vragen. Of je niet even een was in de droger kunt doen, of de planten water geven. Die verzoeken krijgen we vaak genoeg op een dag. Vaak kunnen mensen het best zelf maar kost het ze veel tijd of energie. Toch is de cliënt er het meest bij gebaat of te blijven doen wat nog lukt. Het is belangrijk om daar als team duidelijke grenzen in te trekken. Als de één wel de was gaat opvouwen en de ander niet ontstaat er verwarring. Soms vinden mensen me daarin best streng, maar achteraf zijn ze me meestal toch wel dankbaar.

Een goed herstel begint eigenlijk al voor de operatie

In het ziekenhuis gaat dat heel anders. Mensen worden opgenomen, doen hun pyjama aan en gaan in bed liggen wachten tot er iemand komt om te zeggen wat ze moeten doen. Ze verwachten te worden gewassen en verzorgd, ook al deden ze dat thuis gewoon zelf. Als je patiënten alleen al aankleedt en uit hun kamer haalt zorgt dat al voor zo’n andere mindset. Het zou helpen als er in het ziekenhuis nog meer wordt ingezet op zelfredzaamheid. Maar ook andersom: thuis al voorbereiden op een opname en het herstel daarna.

Zo begeleidden we keer een dame van 90 die een nieuwe heup zou krijgen. We hebben haar geadviseerd om voor de operatie vast oefeningen te doen en de spulletjes die ze vaak nodig had op ooghoogte te zetten, omdat ze na de operatie een tijdje niet zou kunnen bukken. Door die voorbereiding had ze al na twee weken geen thuiszorg meer nodig, terwijl dat normaal tot wel zes weken kan duren. Dat laat wel zien dat samenwerking niet alleen goed is voor de cliënt, maar ook voor de verpleegkundige, of die nu in het ziekenhuis werkt of in de thuiszorg.

We zitten nog te veel op onze eigen eilandjes

Nu zitten we vaak nog op ons eigen eilandje. Dat komt mede door de manier waarop de zorg is gefinancierd. Door met elkaar in gesprek te gaan ontdek je dat je er eigenlijk allemaal hetzelfde in staat en tegen dezelfde problemen aanloopt. Er ontstaat meer begrip over en weer en je weet elkaar sneller te vinden.

Ondanks alle technologische ontwikkelingen blijft de zorg toch altijd mensenwerk. Dat moeten we niet vergeten. Technologie kan nooit een vervanging zijn voor persoonlijke aandacht. Het is essentieel om steeds te blijven kijken en luisteren naar wat iemand nodig heeft op een bepaald moment.

We doen zo veel meer dan billen wassen

Ik hoop heel erg dat de zorg als beroep in een positiever daglicht komt te staan. Het is een hardnekkig misverstand dat we als verpleegkundigen vooral billen wassen. Maar in werkelijkheid doen we dat bijna niet meer. We zijn vooral bezig om vooral mensen te helpen om zichzelf weer te kunnen redden. Helemaal zelfstandig of met hulp van buren of bekenden.

Als ik kijk naar hoe het gaat binnen de ‘Buurt als ecosysteem’ dan hoop ik dat ik later ook in zo’n buurt kom te wonen waar mensen naar elkaar omkijken. Maar voorlopig ben ik nog wel een paar jaar aan het werk. Waar dat gaat zijn, dat weet ik nu nog niet. De zorg is zo breed. Ik sluit ook niet uit dat ik nog weer een opleiding gaan doen. Maar ik vind het ook leuk om me op andere vlakken te ontwikkelen. Dus ik heb nu pianoles genomen. Dat schijnt ook heel goed te zijn voor je brein, trouwens.